 |
|
Toscane – Toscane is een van
de meest beboste gebieden van
Italië; het achterland van de
meer dan 300 km lange kust is
begroeid met pijnboombossen en
de mediterrane maquis, het
ondoordringbare struikgewas
bestaat uit steeneik, mirte,
brem, dopheide, aardbeien en
bramen. Geothermische
verschijnselen zorgden voor
het ontstaan van thermische
bronnen in de buurt van Lucca
tot aan de zuidelijke Maremma.
De bergtoppen van de Alpi
Apuane en de Apennijnen
bereiken hoogten tot 2000 m.
In de 6e en 7e eeuw v.C.
voerden de Grieken in Italië
wijn- en olijventeelt in. Deze
oeroude cultuurplanten drukken
vooral hun stempel op het
landschap ten zuiden van
Florence en rond Lucca. Toen
men de omgeving in de
Etruskisch-Romeinse tijd
indeelde, verkreeg het gebied
door opdeling en
onderverdeling door cipressen
het tot op heden overheersende
aanzien. Het hart van Toscane
ligt rond de
provinciehoofdstad Siena met
het landschap van de Monte
Amiata en de Chianti, en in de
provincie Arezzo met de
gelijknamige hoofdstad en zijn
achterland vol geschiedenis.
In het noorden strekken zich
de uitlopers van de Chianti
uit, op de hellingen waarvan
robijnrode Chianti Classico
wordt verbouwd, in het zuiden
van de provincie gedijt op de
rode aarde, de Terra di Siena,
de beroemde Brunello di
Montalcino.
De Chianti is zowel bekend om
haar landschap als de vruchten
van haar land. Betoverend zijn
de omringende heuvels met
wijngaarden, eiken- en
kastanjebossen. Het landschap
wordt onderbroken door
boerenlandhuizen, tegenwoordig
gebruikt als exclusieve
vakantiebestemming. De mooie
gehuchten, vaak met
middeleeuwse burchten,
getuigen van de antieke strijd
tussen Siena en Florence,
terwijl de Romaanse kerkjes
uit een ver verleden verrijzen
op het golvende landschap.
Vanuit Greve bereikt u via een
nog ongerept landschap van
bossen en wijngaarden het
stadje Radda in Chianti, dat
ooit hoofdstad was van het
Chianti-genootschap alsmede
grensstad tussen de valleien
van Pesa en Arbia.
Toscane is ongetwijfeld de
bekendste wijnregio van
Italië. Wie Toscane zegt,
denkt aan wijn. En dan vooral
aan de Chianti die al decennia
lang wordt geëxporteerd. In
eerste instantie in grote
hoeveelheden in de welbekende
mandflessen, de ‘fiaschi’,
maar later ook als
kwaliteitswijn in de gewone
‘bordeaux’-fles. Deze
uitstekende wijn was al
geliefd in de tijden van de
Etrusken en heeft deze regio
prestige en wereldfaam
bezorgd. In dit gebied, dat
ongeveer 800 km² groot is en
meer dan 700 wijngaarden telt,
worden de druivensoorten voor
de vervaardiging van de
beroemde Chianti Classico
verbouwd. Al in 1444 sloten de
stadsgemeenten van Castellina,
Radda en Gaiole zich aaneen in
de Lega del Chianti, die vaste
regels voor de kwaliteit van
de hier verbouwde wijnen
instelde. In 1874 stelde baron
Bettino Ricasoli een
mengverhouding voor de Gallo
Nero vast: wijnen die als
kwaliteitskenmerk de zwarte
haan op het etiket hebben,
bestaan voor 75 tot 90 procent
uit Sangiovese-druiven en voor
5 tot 15 procent uit Canaiolo
(voor de karakteristieke
robijnrode kleur) of tot
hoogstens 10 procent uit de
witte soorten Malvasia of
Trebbiano.
Chianti Classico
Bij de laatste modificatie van
de productiecode van de
Chianti Classico in 1996 zijn
er nieuwe regels ingesteld die
de kwaliteit van de wijn en de
soortaanduiding bevorderen. De
belangrijkste verandering
hierbij was de
ampelographicale
samenstelling, ofwel het type
druif dat kan worden gebruikt
voor de productie van de wijn.
Nieuw is dat de minimum
aanwezigheid van Sangiovese,
de kenmerkende druivensoort
van het Chianti gebied, is
verhoogd van 75% naar 80%. Dat
betekent ook dat Chianto
Classico kan bestaan uit 100%
Sangiovese. Naast Sangiovese
mogen ook andere
oorspronkelijke druivensoorten
worden gebruikt zoals Canaiolo
en Colorini, maar ook
internationale druivensoorten
als Cabernet Sauvignon en
Merlot, tot een maximum van
20%. Vanaf 2006 mogen de beide
witte druivensoorten Trebbiano
en Malvasia niet langer worden
gebruikt. Het voorgeschreven
minimum alcoholpercentage voor
de reguliere Classico is 12º
en voor de Riserva is dat
12,5º. Om de aanduiding
Chianti Classico te mogen
voeren, worden er nog meer
extreme productie-eisen
gesteld, welke in de
bijgevoegde productiecode te
lezen zijn.
Sangiovese
Wat de Chianti met andere
traditionele rode wijnen van
de regio gemeen heeft is de
druivensoort, de Sangiovese.
Sangiovese bepaalt voor het
gootste gedeelte de
samenstelling van Chianti
Classico. Het wordt ook wel de
ziel van Chianti Classico
genoemd.Deze druivensoort is
in extreme mate gevoelig voor
externe factoren zoals het
terrein en het klimaat. De
druif rijpt ook zeker niet
voorspelbaar en gelijkmatig.
Daarentegen, bestaat er geen
enkele druivensoort die zo
treffend de karakteristieken
van de bodem representeert.
Het zandsteen is
verantwoordelijk voor het
bloemenbouquet, de kalkgrond
zorgt voor tonen van wilde
bessen en tufsteen of
vulkanische grond die
tabakgeuren voortbrengen. Maar
de geur van viooltjes, die de
productiecode aangeeft als een
karakteristiek en specifiek
element van Chianti Classico,
is altijd aanwezig, ongeacht
waar de druiven groeien.
DOC en DOCG
In de jaren ’70 vond er in
Toscane een zogeheten ‘moderne
renaissance’ op wijngebied
plaats. Een drastische
verlaging van de productie en
het gebruik van moderne
technieken in de kelders en de
wijngaard leidde uiteindelijk
tot 6 DOCG-classificaties en
35 DOC’s die samen 45% van de
totale wijngaardoppervlakte (
65.000 hectare ) bepalen.
Voorts telt de regio nog 5
IGT’s. Sinds 1984 mogen zowel
de Chianti als de Chianti
Classico het DOCG-etiket dragen.
Onder de geclassificeerde
wijnen van heel Italië staat
de Chianti nog steeds aan kop
qua productievolume, samen met
de Sangiovese di Romagna en de
Soave uit de Veneto.
Naast de Chianti (Classico)
hebben de volgende wijnen een
DOCG-classificatie ontvangen:
Brunello di Montalcino (1980),
Vino Nobile di Montepulciano
(1980), Carmignano (1990) en
de Vernaccia di San Gimignano
(1993). De Vino Nobile di
Montepulciano is afkomstig uit
de heuvels rond het
gelijknamige stadje. In de
provincie van Prato, niet ver
van Florence, wordt de
Carmignano DOCG gemaakt. De
Vernaccia di San Gimignano is
een droge, bleekgele witte
wijn die als eerste wijn in
heel Italië al in 1966 de
status van DOC verkreeg. De G
volgde pas 27 jaar later.
Onder de DOC-classificatie
vinden we een aantal zeer
mooie wijnen. We noemen er
enkele. Onder de Pomino DOC
valt een rode wijn van de
Cabernet, de Merlot en de
Sangiovese, geschikt bij
varkenslever, biefstuk, venkel
en diverse salami’s, en een
delicate, sappige witte wijn
van de Pinot en de Chardonnay.
Uitstekend bij diverse frisse
salades en schaal- en
schelpdieren. Een aantal rode
wijnen die momenteel aan een
opmars begonnen zijn, zijn de
wijnen die vallen onder de
DOC’s van Morellino di
Scansano, Montescudaio, Val di
Cornia en Capalbio. Alle geven
zij rijke, harmonieuze rode
wijnen van de Sangiovese, soms
aangevuld met Cabernet
Sauvignon. De Rosso di
Montalcino DOC is feitelijk
het jongere en minder knappe
broertje van de Brunello di
Montalcino. In goede jaren
worden de beste druiven voor
de Brunello geselecteerd, de
overige worden gebruikt voor
het maken van de Rosso . In
minder goede jaren kan het dus
zo zijn dat er alleen Rosso di
Montalcino geproduceerd wordt.
Vanwege de zeer hoge eisen
voor de Brunello kunnen we er
desondanks vanuit gaan dat een
Rosso ook een goede wijn kan
opleveren, bovendien tegen een
lagere prijs.
Supertuscan
Naast de traditionele DOCG en
DOC-classificaties is Toscane
inmiddels ook bekend geworden
met haar zogeheten “Super
Toscanen”. Wijnen van zeer
ambitieuze producenten die
zich in de in de jaren
zeventig niet veel gelegen
lieten liggen aan de regels
van de toenmalige
wijnwetgeving. Zij maakten
wijnen volgens eigen inzicht
en verworven daar al snel faam
mee in binnen- en buitenland.
De Sassicaia van Tenuta San
Guido en de Tignanello van
Antinori zijn hier duidelijke
voorbeelden van. De eerste
gemaakt van Caberbet Sauvignon
aangevuld met Sangiovese, de
tweede gemaakt van overwegend
Sangiovese aangevuld met
Cabernet Sauvignon. Beide
wijnen, met de Sassicaia als
vaandeldrager, waren
esemplarisch voor waar de
Italiaanse wijnwereld toe in
staat was. Dankzij de
inspanningen van Marchese
Mario Incisa della Rocchetta,
grondlegger van het Nieuwe
Wijnmaken in Italië en
‘schepper’ van de Sassicaia
deed het Franse barrique al in
1944 zijn intrede in Italië.
Het zou nog tot de jaren
tachtig duren voordat het
gebruik ervan ook brede
internationale erkenning
opleverde.
Maar na de successen van
Sassicaia en Tignanello
volgden anderen producenten
dit voorbeeld. De wijnen die
niet volgens het toen geldende
DOC-reglement gemaakt werden,
moesten noodgedwongen tot
tafelwijn (Vini da Tavola)
gedegradeerd worden. Deze en
andere veranderingen in de
Italiaanse wijnwereld ten
behoeve van de kwaliteit en de
export maakten een herziening
van de reeds bestaande wijnwet
noodzakelijk. Met de komst van
de nieuwe wijnwet in 1992
waren de
productievoorschriften voor
een Vino da Tavola echter
gewijzigd. Eén van de eisen
was dat bij een VdT geen
jaartal op het etiket mocht
staan. Een ander punt was dat
het wettelijk niet meer was
toegestaan een
oorsprongsbenaming te
vermelden. Dat maakte het wel
erg lastig voor de
wijnproducenten die de VdT
gebruikten voor hun dure
top-wijnen voor een select
publiek van wijnliefhebbers.
Op deze manier
bewerkstelligden de
autoriteiten een of andere
vorm van regulatie, door de
producenten de kans te geven
hun wijnen als IGT
(indicazione geografica
tipica) op de markt te
brengen, mèt jaartal en
oorsprongsbenaming,.
Zo werd de Tignanello een IGT
en kreeg de Sassicaia in 2001
een eigen DOC onder de naam
Bolgheri Sassicaia. Beide
wijnen zijn krachtige rode
wijnen met een rijk bouquet en
een volle, harmonieuze en
complexe smaak. Ook andere
Toscaanse wijnmakers hebben
een soortgelijk paradepaardje
bij wijze van ‘visitekaartje’
op de productielijst staan.
Vin Santo
De trots van vele Toscaanse
wijnmakers vormt ongetwijfeld
de rijke, zoete Vin Santo .
Van oorsprong een ‘Miswijn’,
maar vanwege zijn populariteit
uitgegroeid tot een waar
fenomeen, bekend in binnen- en
buitenland. De wijn wordt
voornamelijk als witte versie
op de markt gebracht, van de
ingedroogde druiven van de
Trebbiano en/of Malvasia. De
zeldzame rode versie wordt
gemaakt van de Sangiovese. De
witte Vin Santo is een
goudgeel tot amberkleurige
wijn met een intens bouquet,
een krachtige, rijke en
complexe smaak met tonen van
veel rijp fruit. Het
alcoholgehalte ligt rond de
17%. Traditioneel wordt hij
gedronken bij de Toscaanse
Cantuccini, harde
amandelkoekjes, die de
Toscanen in de wijn dopen,
maar de wijn is ook zeer
geschikt als begeleider van
diverse vruchtentaarten en
zelfs als apéritief. |